Hervormde gemeente Hazerswoude

Preekrooster

Kerkwebradio

Boekenhoektips

Bijbel leesrooster

PKN

Hervormde Kerk Hazerswoude (1292-heden)

Hoewel Hazerswoude als burgerlijke gemeenschap vermeld wordt in een oorkonde van graaf Floris V van 20 maart 1281, dateert de oudste vermelding van Hazerswoude als parochie uit 1292. Op de lijst van kerkelijke tienden, die ten behoeve van het Heilige Land in het bisdom Utrecht geheven werden in de jaren 1275 tot 1280, kwam Hazerswoude nog niet voor. Daarop stonden wel plaatsen als Warmond, Wassenaar, 'Sassenheim, Rijnsburg, Langeraar en Alphen. Die zijn kerkelijk dus ouder dan Hazerswoude.
Op-25 augustus 1292 deed een college van arbiters uitspraak in een geschil over de grens tussen de kerken van Leiden en Leiderdorp. In de aanhef van dit vonnis wordt voor het eerst de kerkelijke aanduiding van Hazerswoude gebruikt:

'Jacobus, rector ecclesia de Zoeterwoude, decanus Rünlandie, Johannes, presbyter in Voerscoten, officialis foranensis in Rinlant, Johannes, presbyter in Koudekerke, en Eustacius, investitus ecclesia de Haduardswoude (=Hazerswoude).'

Het. college van arbiters verklaarde dat de Burchtgracht in Leiden de grens vormde van het kerkelijk gebied van Leiderdorp. Bovendien bepaalde het colege dat de partijen zich aan het vonnis moesten houden op straffe van een boete van 20 pond.
De middeleeuwse parochiekerk van Hazerswoude was gewijd aan de Heilige Aartsengel Michael. Uit een omvangrijke studie over de kerk blijkt niet hoe deze er destijds heeft uitgezien. De tegenwoordige kerk is echter gebouwd op de grondslagen van de oude kerk, met uitzondering van twee. transepten die bij de restauratie van de kerk in de jaren 1946-1948 werden aangebracht. Het kerkgebouw heeft dus dezelfde afmetingen als de middeleeuwse kerk. De kerk bestaat uit een schip en een koor met vijfzijdige sluiting. De vormgeving van de toren is echter wel zeventiende-eeuws. Hij heeft een forse romp, die bestaat uit drie telkens terugspringende geledingen. De bovenbouw wordt gevormd door een blinde gemetselde tussengeleding binnen een omgang en een sierlijke houten top, die bestaat uit een open achtzijdige houten lantaarn.

HERVORMING

In 1559 werd pastoor Gerbrant Claesz. van Alkmaar opgevolgd door Philips Henricsz. van Ogesteyn. Deze pastoor stond vanwege zijn geleerdheid hoog in aanzien. De rector van de Latijnse School in Haarlem, Cornelis Schotanaeus, zei over hem:

"Indien alle zielenherders van zijn gehalte zouden zijn geweest, dan zou de nieuwe leer (hervormde) minder aanhangers hebben gevonden."

De ontevredenheid over de bestaande toestanden op maatschappelijk en kerkelijk gebied was sinds de dagen van de wederdoperij en ketterij tot grote hoogte gestegen, ook in Hazerswoude. De inneming van Den Briel op 1 april 1572 was de druppel die de emmer deed overlopen. Grote veranderingen vonden toen plaats in kerk en maatschappij. In juni 1572 werd de kerk van Hazerswoude door de aanhangers van de nieuwe leer in beslag genomen. Pastoor Theodorus de Vrije, die in 1567 of begin 1568 pastoor Philips van Hogesteyn was opgevolgd, vluchtte met het ongewijde kerkzilver naar zijn zuster in Utrecht. Later was hij genoodzakkt dit zilver te verkopen om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. Over de stichting van de hervormde gemeente in Hazerswoude is bijna niets bekend, omdat stukken uit die tijd in het kerkelijk archief ontbreken. Wel is bekend dat de gemeente in het begin werd bediend door rondtrekkende predikanten. De eerste officiële predikant was Anthonius Montanus.

VERNIEUWING VAN KERK EN TOREN

Omstreeks 1640 bleek de middeleeuwse toren zo bouwvallig dat besloten werd tot afbraak. Geld voor een nieuwe toren was er niet. Het ambachtsbestuur verzocht toen aan Johan van Wassenaar, als heer van Hazerswoude, octrooi te verlenen om te mogen heffen ' tot laste van tappers van iedere tonne biers twaalf stuivers' en dat voor de tijd van dertig jaar. De ambachtsheer verleende slechts een octrooi voor tien jaar. In 1646 kwam de bouw van de huidige toren gereed. In 1657 was het ook slecht gesteld met het kerkgebouw. Schout, ambachtsbewaarders en schepenen van Hazerswoude dienden een verzoekschrift in bij Johan van Wassenaar, heer van Hazerswoude, Gansoy enz. In dat rekest, dat is gedateerd op 10 december 1657, schrijven zij:

'hoe dat haerluijden kercke alleen door grooten ouderdom soodanig is coomen te vervallen, dat al eenige jaren herwaarts, in deselve den godsdienst niet anders als met groot pericul van in te storten, ende sulcx eenige personen te verpletteren ende heeft cunnen werden gecelebreert ende geoeffend tot ter tyt toe d& nu onlancx aan de suytsijde vande voorsz. kerke omtrent den predickstoel bij stil ende bequaem weder, op seekere dach in de weecke, ende sulcx (tot allen gelucke) buyten predikatie ende vergaderinge van menschen, soodaanige stucke muyers binnen- waerts gevallen ende innegestort is, dat men daer gemackelijk met wagen ende paerden uit ende in soude kunnen ryden'.

Het kerkbestuur heeft toen een scheepmakerij moeten huren om daarin de godsdienstoefeningen te houden. Het verval van de kerk was zodanig dat aan repareren niet meer te denken viel. In het rekest wordt dan ook toestemming gevraagd om een geheel nieuwe kerk te mogen bouwen 'daer de hoochdringende ende persende noot' dat vereist en om 'daertoe ten laste van alle gequalificeerde ofte vermogende inwoonderen der heerlijkheid Hazerswoude, zoo van den dorpe, den hooge ryndyck als den achterwech, omslagen en collecten te mogen houden, ende dat naer ijders middelen, ne ringe, welvaaren ende bouwerijen'. Tevens werd verzocht om tegen de 'wrevelachtige ofte onwillige' personen te mogen procederen. Op 27 december van hetzelfde jaar kwam reeds het consent van de Staten van Holland en Westvries land binnen. Er zal wel enige tijd verlopen zijn, voordat er geld genoeg was om met de bouw van de nieuwe kerk te beginnen. De kerk werd, blijkens het aangegeven jaar, in één van de achterschotten van de herenbanken, pas in 1664 (dus ongeveer zeven jaar later) in gebruik genomen. Hoeveel een en ander gekost heeft, is niet na te gaan. Maar gedurende vele jaren werd een voor die tijd aanzienlijk bedrag bijeengebracht om de kosten te dekken.
Het is een sobere, maar statige kerk geworden, met eikenmeubelen die volgens kenners nu nog hun schone vormen vertonen. Vooral de oorspronkelijke koorafgscheiding, met gebeeldhouwde hekken, waartussen de buitengewoon forse, baldakijnvormige overhuiving van de preekstoel, vormt een kunstwerk op zich zelf.

PIETER POST

In het kerkelijk archief is geen enkel document aanwezig, waaruit blijkt wie de bouwmeester van de nieuwe kerk is geweest. Ook van de bouw en de daaraan verbonden kosten zijn geen archiefbescheiden te vinden. Slechts een achttiende-eeuwse kopie van de vijfde omslag is bewaard gebleven in het gemeentearchief van Hazerswoude. Deze is gedateerd 16 juni 1668 en vermeldt nog voor ontvangst een bedrag van 4.409 gulden en 10 stuivers.
Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan gesteld worden dat de beroemde Nederlandse architect Pieter Post verantwoordelijk is geweest voor de bouw en de inrichting van de kerk. (Zie mijn publicatie: 'De Grote of Nederlands Hervormde kerk in Hazerswoude, verschenen in: Op pad langs Rijnlandse dorpskerken. Alphen aan den Rijn, 1990). Van de oorspronkelijke inrichting is thans alleen nog het koor- en doophek, twee achterschotten van verdwenen herenbanken, en de preekstoel met overkapping (welke aanvankelijk diende als overhuiving van de ambachsherenbank) aanwezig.

WAPENSCHILDJES BOVEN DE ZIJINGANG

De wapenschildjes boven de zij-ingang sierden tot 1930 de in 1866 aangebrachte ijzeren petroleumkronen. Na de vervanging van deze lampen zijn de wapenschildjes aangebracht boven de kerkdeur, die naar de Dorpsstraat leidt. Met de restauratie van de kerk in de jaren 1946-1948, werden de wapenschildjes verwijderd. Gelukkig zijn deze bewaard gebleven en zijn thans opnieuw boven de zij-ingang geplaatst. Het zijn de wapens van de ambachtsheren- en vrouwen van Hazerswoude, tw. die van het geslacht Van Wassenaar, Van Matenesse (tevens het wapen van de voormalige gemeente Hazerswoude), Roël en het wapen van het Hoogheemraadschap van Rijnland.

GRAFZERKEN

De drie prachtige gebeeldhouwde grafzerken tegen de torenmuur onder het orgel, werden in 1893 tijdens werkzaamheden in het koor diep onder het zand aangetroffen. Deze zerken bevatten de volgende opschriften.

  1. Hier leyt begraven Cornelis Maertijnsen Veenbergen sterft den 6e April 1665 ende Hendrick Cornelissen Veenbergen in zijn leven Bailliu ende schout der vrije heerlicheyt van Haserswoude sterft den 27en Mey 1667. Hier leyt begraven Cornsz. Veenbergen in sijn leven bailliuw en schout der vrije heerlicheyt van Hazerswoude obyt den 27 february 1673.
  2. Hier ligt begraven vrouwe Johanna Binkes huysvrouwe van den WEd. Gestr. Heer Gerard Boers bailliu en schout der stede en lande van Schagen en Haserswoude gebooren den 20 Maart 1707 en overleden den 19 January 1771 en De Weled. gestr. Heer Gerard Boers bailliuw en schout van Haserswoude gebooren den 6 Maart 1707 en overleden den 10 April 1772.
  3. Hier leyt begraven Cornela Boumans huysvrou van Pietervan Heyningen secretaris van Haserswoude sterft den 30 November 1669. Nog leyt hier begrave den voorz. van Heyningen obyt den len Nov. 1680.

ORGEL

Het orgel dateert uit 1868. De bouwer was de firma Flaes en Brunjes uit Amsterdam. Het orgel kostte 3.400 gulden. Het instrument kent onderstaande dispositie:

  • Hoofdwerk: Bourdon 16’ - Prestant 8’ - Octaaf 4’ - Quint 3’ - Octaaf 2’ - Cornet IV’ (discant) - Mixtuur IV’ - Trompet 8’.
  • Nevenwerk: Holpijp 8’ - Viola di Gamba 8’ - Salicionaal 8’ - Roerfluit 4’.
  • Pedaal: aangehangen.
  • Tremulant: gezamenlijk voor Hoofdwerk en Nevenwerk.
  • Koppeling: Nevenwerk aan Hoofdwerk.
  • Manuaalomvang: C-f3, pedaalomvang: C-c1.

Zowel in 1966 als in 1991-1992 werd het orgel ingrijpend gerestaureerd.

LEZENAARS EN DOOPVONT

Het doophek is voorzien van een 18de eeuwse lezenaar met de afbeelding van de musicerende Koning David. Aan de preekstoel is een dergelijke lezenaar bevestigd en een 18de eeuwse doopbekken. De beide lezenaars werden in 1770 voor 83 gulden gekocht.

RESTAURATIES, ONDERHOUD EN NIEUWBOUW

De kerk is door de eeuwen heen steeds een zorgenkind geweest. Vele malen moest het kerkgebouw worden gerestaureerd. Ook aan de toren werd in de loop der eeuwen veel geld uitgegeven voor restauraties en onderhoud. Nadat de oude parochiekerk in 1664 was vervangen door een nieuw gebouw, verkeerde deze in 1793 opnieuw in een vervallen staat. In 1794 1eende het kerkbestuur van de toenmalige ambachtsheer van Hazerswoude Anne Lestevenon een bedrag van 5.000 gulden om het kerkgebouw een flinke opknapbeurt te geven.

In l827 werd geen restauratie, maar nieuwbouw gepleegd. In opdracht van de kerkmeesters werd aan de zuidzijde van de kerk een consistoriekamer gebouwd, die met een deur in verbinding met de kerk stond. Tot dan toe vergaderde de kerkenraad in het koor van de kerk. Bij de restauratie van de kerk in 1946-1948 werd de in verval geraakte consistoriekamer afgebroken. In het koor werd opnieuw een consistoriekamer ingericht. Het koor van de kerk verkeerde in 1840 in zeer slechte staat. De muren waren gaan wijken en brokkelden op verschillende plaatsen af. Opnieuw moest er veel geld worden uitgetrokken om dit probleem op te lossen. In juni 1893 werd het schip van de kerk vergroot door het laten vervallen van het koor, waardoor ruimte gewonnen werd voor ongeveer veertig zitplaatsen.

In mei 1908 werd het kerkgebouw opnieuw onder handen genomen. Aan timmer- en schilderwerk werd respectievelijk 1.144 gulden en 80 cent en 1.340 gulden uitgegeven.
Een zeer ingrijpende restauratie van het kerkgebouw vond plaats in de jaren 1946-1948, onder leiding van de architecten Jan Dekker en Piet van der Sterre. De kerk werd toen tevens uitgebreid met twee transepten.
Omstreeks 1975 verkeerde de kerk opnieuw in een desolate staat. In januari 1990 werd, onder supervisie van architect Bob van Beek, met het herstel van de kerk begonnen. Zowel het exterieur als het interieur werden flink onderhanden genomen. De totale restauratie kostte 2,6 miljoen gulden. Daarvan moest 1,5 miljoen gulden door de kerk zelf worden opgebracht. De heropening van het gerestaureerde kerkgebouw vond plaats op 10 april 1992.

C. Kroon.

HERVORMING EN RECENTE GESCHIEDENIS

In juni 1572 werd de kerk van Hazerswoude door de aanhangers van de nieuwe leer in beslag genomen. Over de stichting van de hervormde gemeente in Hazerswoude is bijna niets bekend, omdat stukken uit die tijd in het kerkelijk archief ontbreken. Wel is bekend dat de gemeente in het begin werd bediend door rondtrekkende predikanten. De eerste officiële predikant was Anthonius Montanus.
De afscheiding van 1834 had in Hazerswoude nauwelijks gevolgen. Zover bekend zijn er 14 actes van afscheiding geweest, drie in 1838 en elf in 1841.
In Hazerswoude ontstond in 1864 een Gereformeerde Kerk. Het is bekend dat de Doleantie door de hervormde predikant, ds. Keers krachtig werd tegengewerkt. Toch kon dit niet verhinderen dat aantal zich afscheidde.
Zowel de gereformeerde kerk, nu protestantse gemeente (PKN) en de hervormde gemeente (PKN) bestaan naast elkaar in Hazerswoude Dorp. De hervormde gemeente moet gerekend worden de behoudende confessionele stroming, terwijl ook een behoorlijk aantal gemeenteleden gerekend dient te worden tot de modaliteit van de gereformeerde bond. In Hazerswoude kunnen beide modaliteiten gebroederlijk één hervormde gemeente vormen. Het is nooit tot een deelgemeente gekomen.
Ook de vorming van de PKN leidde in hervormd Hazerswoude niet tot problemen;  nagenoeg de gehele gemeente ging mee in de PKN.
De kerkenraad heeft besloten dat de gemeente de aanduiding hervormde gemeente zal blijven dragen en haar belijden in overeenstemming zal zijn met de drie gereformeerde belijdenisgeschriften.