Plaatselijke regeling
Plaatselijke regeling ten behoeve van het leven en werken van de
hervormde gemeente Hazerswoude.
Inleiding
- Samenstelling van de kerkenraad
- Verkiezing
- Verkiezing van ambtsdragers algemeen
- Verkiezing van ouderlingen en diakenen
- Verkiezing van predikanten
- De werkwijze van de kerkenraad
- Besluitvorming
- De kerkdiensten
- Vermogensrechtelijke aangelegenheden
- kerkrentmeesterlijk diaconaal begrotingen, jaarrekeningen, collecterooster
- Overige taken van kerkrentmeesters en diakenen
- Overige bepalingen
- Ondertekening
- Gemeentelijk specifieke bijlagen
- Rooster van aftreden Instructie pastoraal medewerker
Vaststelling
Deze plaatselijke regeling is vastgesteld door de kerkenraad op
....................................2004
en is vanaf deze datum geldig.
Overzicht van wijzigingen
Door de kerkenraad zijn de volgende wijzigingen aangebracht en vanaf de aangegeven datum geldig.
- 14 januari 2009: 2.2.1. beëindigen ambtstermijn
- 14 januari 2009: bijlage 1
-
Inleiding
Voor u ligt de plaatselijke regeling van de hervormde gemeente Hazerswoude. De kerkenraad heeft zich uitgesproken over de vorming van de PKN en de plaats die wij als
plaatselijke gemeente zullen innemen in dat geheel. De kerkenraad in onze gemeente sluit zich aan bij de gevormde PKN. De kerkenraad heeft besloten dat de gemeente de aanduiding hervormde gemeente zal blijven dragen en haar belijden in overeenstemming zal zijn met de drie gereformeerde belijdenisgeschriften.
1. Samenstelling van de kerkenraad
1.1 Aantal ambtsdragers
De kerkenraad bestaat uit de volgende ambtsdragers:
Ambt Aantal
Predikant 1
Ouderlingen 10
Ouderlingen-kerkrentmeester 5
Diakenen 6
Totaal 22
1.2. Adviseurs
Als adviseur kan deelnemen aan de kerkenraadsvergadering: de kerkelijk werker
in de bediening t.b.v. het gemeentewerk
2.1 Verkiezing van ambtsdragers algemeen
2.1.1. Stemrecht
De belijdende leden zijn stemgerechtigd, actief en passief.
2.1.2. Regels voor het stemmen
a. Ouderlingen en diakenen worden gekozen tijdens een vergadering van
stemgerechtigde leden.
b. De stemming geschiedt schriftelijk.
Indien er meer kandidaten zijn dan er verkozen moeten worden, zijn van hen
verkozen diegenen op wie de meeste stemmen zijn uitgebracht en die de
meerderheid van de uitgebrachte stemmen hebben behaald, tot het aantal
vacatures dat vervuld moet worden.
c. Indien voor een vacature geen van de kandidaten een meerderheid heeft behaald,
vindt een herstemming plaats tussen de twee kandidaten die de meeste stemmen
behaalden.
d. Staken de stemmen, dan vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer,
dan beslist het lot.
e. Stemmen bij volmacht. Ten hoogste voor twee andere gemeenteleden kan een
stem worden uitgebracht.
2.2.1 Verkiezing van ouderlingen en diakenen
In het rooster van aftreden lopen de ambtstermijnen van ouderlingen en diakenen
af op 31 augustus van het kalenderjaar waarin zij dienen af te treden. Met het
oog daarop vindt de verkiezing van ouderlingen en diakenen in de regel plaats in
de maand april. Wanneer door het bedanken van gekozenen een vacature
voortduurt of wanneer een tussentijdse vacature ontstaat, worden ook in andere
maanden verkiezingen gehouden.
2.2.2.
De kandidaatstelling met het oog op de verkiezing geschiedt door de kerkenraad.
2.2.3
Voorafgaande aan de kandidaatstelling wordt de gemeente uitgenodigd schrif
en ondertekend bij de kerkenraad aanbevelingen in te dienen van personen d
naar haar mening voor verkiezing in aanmerking komen.
Aanbevelingen van personen die naar de mening van gemeenteleden voor
verkiezing in aanmerking komen, gaan vergezeld van een vermelding bij elke
aanbevolene van het ambt waarvoor de aanbevolene in aanmerking komt.
2.2.4
De kerkenraad maakt voor elk ambt waarin een vacature is of zal ontstaan een
verkiezingslijst op met daarop de namen van verkiesbare personen
die door tien of meer stemgerechtigde gemeenteleden voor dat ambt zijn aanbevolen
die door de kerkenraad zelf voor het ambt worden voorgedragen.
2.2.5
Indien de verkiezingslijst meer namen telt dan het aantal vacatures voor dat ambt, vindt verkiezing plaats door de stemgerechtigde leden van de gemeente.
Indien het aantal kandidaten niet groter is dan het aantal vacatures, worden de kandidaten verkozen verklaard.
2.2.6
Er kunnen niet meer dan twee bloed_ of aanverwanten tot in de eerste of tweede graad gelijktijdig deel uitmaken van de kerkenraad.
2.3 Verkiezing van predikanten
2.3.1
In afwijking van het bepaalde in Ord. 3_4_5 worden predikanten beroepen /
verkozen door de kerkenraad, op basis van een profielschets welke door de
kerkenraad is vastgesteld, de gemeente gehoord hebbende, en op voordracht van
een door de kerkenraad ingestelde beroepingscommissie. Binnen een termijn van
ten hoogste 14 dagen, na het uitgebrachte beroep, wordt de gemeente in
gelegenheid gesteld, via een gemeenteavond, nader kennis te maken met de
beroepen predikant en de predikant met de gemeente.
3. De werkwijze van de kerkenraad
3.1. Aantal vergaderingen.
De kerkenraad vergadert in de regel 9 maal per jaar.
3.2
De vergaderingen van de kerkenraad worden tenminste 3 dagen van te voren bijeengeroepen door het moderamen, onder vermelding van de zaken, die aan de
orde zullen komen (de agenda).
3.3
Van de vergaderingen wordt een schriftelijk verslag opgesteld, dat in de eerstvolgende vergadering door de kerkenraad wordt vastgesteld.
3.4 Verkiezing moderamen.
De in ord. 4.8.2. genoemde jaarlijkse verkiezing van het moderamen geschiedt jaarlijks in de eerste vergadering van de maand januari.
3.5. Plaatsvervangers
In de vergadering genoemd in art. 3.4 worden de plaatsvervangers van de preses
en de scriba aangewezen.
3.6
De gemeente kennen in en horen over In de gevallen dat de kerkorde voorschrijft, dat de kerkenraad de gemeente kent in een bepaalde zaak en haar daarover hoort belegt de kerkenraad een bijeenkomst met de (betreffende) leden van de gemeente, die wordt aangekondigd in het kerkblad, dat voorafgaande aan de bijeenkomst verschijnt en
afgekondigd in de kerkdiensten op tenminste de zondag, die aan de bijeenkomst voorafgaat. In deze berichtgeving vooraf maakt de kerkenraad kenbaar over welke zaak hij de gemeente wil horen.
3.7
De kerkenraad kan, zo gewenst, besluiten dat gemeenteleden als toehoorder tot vergaderingen toegelaten worden.
3.8
Het lopend archief van de kerkenraad berust bij de scriba, met inachtneming van de verantwoordelijkheid van het college van kerkrentmeesters voor de archieven van de gemeente uit hoofde van Ord. 11_2_7 sub g.
3.9
De kerkenraad laat zich in zijn arbeid bijstaan door de navolgende commissies/personen
Jeugdraad
Bezoekwerkcommissie
Missionaire commissie
Pastoraal medewerkers
Psycho_pastorale medewerkers
Nadere bepalingen omtrent de samenstelling, benoeming en opdracht van de commissies, de contacten tussen kerkenraad en de commissies, de werkwijze van de commissies, de rapportage aan de kerkenraad e.d. zijn per commissie vastgelegd in een instructie. De instructie van de pastoraal medewerker is als bijlage aan deze plaatselijke regeling toegevoegd.
4. Besluitvorming
De besluitvorming in kerkelijke lichamen, kerkenraad, college van kerkrentmeesters en het college van diakenen is opgenomen in Ord. 4 van de kerkorde en vraagt geen verdere uitwerking in deze plaatselijke regeling.
5.1.
De wekelijkse kerkdiensten van de gemeente worden volgens een door de kerkenraad vastgesteld rooster gehouden in de Hervormde kerk, Dorpsstraat 64 te Hazerswoude. Op de zondagen zullen twee diensten worden gehouden die aanvangen om 09:30 uur en 18:30 uur.
5.2
Bij de bediening van de doop van kinderen kunnen zowel belijdende leden als doopleden de doopvragen beantwoorden.
5.3
Tot de deelname aan het avondmaal worden alleen belijdende leden toegelaten, niet belijdende leden alleen na toestemming van de kerkenraad.
5.4
Levensverbintenissen van twee personen, anders dan een huwelijk van man en vrouw, kunnen in onze gemeente niet worden ingezegend.
6.1. De vermogensrechtelijke aangelegenheden - kerkrentmeesterlijk
6.1.1
Het college van kerkrentmeesters bestaat uit 5 leden.
6.1.2
Het college van kerkrentmeesters wijst uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan.
6.1.3
Het college van kerkrentmeesters is bevoegd om, zo gewenst, een lidmaat van de gemeente te benoemen als financieel administrateur. Deze woont de vergaderingen van het college bij en heeft daar een adviserende stem. Op hem is het bepaalde in ord. 4_2 betreffende de geheimhouding van toepassing. De penningmeester is bevoegd betalingen te doen namens de kerkrentmeesters, met inachtneming van het door de kerkenraad vastgestelde beleidsplan en de begroting, tot een maximaal bedrag van tienduizend euro per betaling.
6.1.4
De penningmeester kan, na goedkeuring door het college van kerkrentmeesters, de administrateur machtigen betalingen te doen tot een maximum bedrag zoals hierboven aangegeven. Voor betalingen boven dit bedrag is een schriftelijke machtiging van de voorzitter en de secretaris nodig. Bij afwezigheid of ontstentenis van de penningmeester treedt de secretaris op als diens plaatsvervanger.
6.1.5
Tijdens de 1e vergadering na een persoonswijziging van het college, wijst het college de plaatsvervangers van de voorzitter en de secretaris aan.
6.1.6
Het college van kerkrentmeesters is bevoegd om, zo gewenst, uit de leden van de gemeente een commissie van bijstand te benoemen, die het werk van de kerkrentmeesters ondersteunt.
6.2. De vermogensrechtelijke aangelegenheden - diaconaal
6.2.1
Het college van diakenen bestaat uit 6 leden.
6.2.2
Het college van diakenen wijst uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan. De penningmeester is, zo mogelijk, tevens administrerend diaken en belast met de boekhouding van het college. Het college van diakenen benoemt één van haar leden tot jeugddiaken, die m.n. is belast om het diaconaal bewustzijn onder jongeren te bevorderen. Het college van diakenen is bevoegd om, zo gewenst, een lidmaat van de gemeente te benoemen als administrateur. De administrateur woont de
vergaderingen van het college bij en heeft daar een adviserende stem. Op hem is het bepaalde in ord. 4_2 betreffende de geheimhouding van toepassing.
6.2.3
De penningmeester is bevoegd betalingen te doen namens de diaconie, met inachtneming van het door de kerkenraad vastgestelde beleidsplan en de begroting, tot een maximaal bedrag van vijfduizend euro per betaling. De penningmeester kan, na goedkeuring van het college van diakenen, de administrateur machtigen betalingen te doen tot een maximum bedrag zoals hierboven aangegeven. Voor betalingen boven dit bedrag is een schriftelijke machtiging van de voorzitter en de secretaris nodig. Bij afwezigheid of ontstentenis van de penningmeester treedt de secretaris op als diens plaatsvervanger.
6.4. Overige taken van kerkrentmeesters en diakenen
In deze paragraaf wordt nog een aantal vermeldingen van de kerkrentmeesters en de diakenen in de ordinanties bij de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland genoemd, bedoeld om een indruk te geven van de taken, die in de kerkorde zijn toegedacht aan het college van kerkrentmeesters resp. diakenen en die in de vorige paragrafen nog niet zijn genoemd.
6.3. De vermogensrechtelijke aangelegenheden - begrotingen, jaarrekeningen, collecterooster
6.3.1
Het in de gelegenheid stellen van gemeenteleden hun mening kenbaar te maken
over begroting en jaarrekening.
Jaarlijks vóór 1 november dienen het college van kerkrentmeesters, het college van diakenen hun ontwerpbegrotingen in bij de kerkenraad vergezeld van een door hen in onderling overleg opgesteld gemeenschappelijk collecterooster.
Jaarlijks vóór 1 mei dienen het college van kerkrentmeesters, het college van diakenen hun ontwerpjaarrekeningen over het laatst verlopen kalenderjaar in bij de kerkenraad.
Voor de vaststelling dan wel wijziging van de begroting en voor devaststelling van de jaarrekening worden deze stukken in samenvatting gepubliceerd via het kerkblad.
De volledige stukken kunnen gedurende een week worden ingezien. Bij de publicatie worden tijd en plaats vermeld.
Reacties kunnen tot drie dagen na het einde van de periode van ter inzage legging worden gestuurd aan de scriba van de kerkenraad.
Daarna stelt de kerkenraad de begrotingen c.q. de jaarrekeningen vast.
6.4. Overige taken van kerkrentmeesters en diakenen
In deze paragraaf wordt nog een aantal vermeldingen van de kerkrentmeesters en de diakenen in de ordinanties bij de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland genoemd, bedoeld om een indruk te geven van de taken, die in de kerkorde zijn toegedacht aan het college van kerkrentmeesters resp. diakenen en die in de vorige paragrafen nog niet zijn genoemd.
Artikel 5. (beroeping van predikanten)
3. Bij de beroepsbrief behoort een aanhangsel met de schriftelijke opgave van de toegezegde inkomsten en rechten. Dit aanhangsel wordt ondertekend door de preses en de scriba van de kerkenraad en door de voorzitter en de secretaris van het college van kerkrentmeesters.
Artikel 10.
2. Aan de ouderlingen die in het bijzonder zijn aangewezen tot kerkrentmeester is bovendien toevertrouwd de verzorging van de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente van niet_diaconale aard, het bijhouden van de registers van de gemeenteleden en van het doopboek, het belijdenisboek en het trouwboek.
Artikel 14.
Ten behoeve van de arbeid in de gemeente kan door de kerkenraad een kerkelijk werker worden benoemd. Deze wordt aangesteld volgens het bepaalde in artikel 28.
Artikel 28.
De kerkelijk werker wordt aangesteld voor een gemeente door het college van kerkrentmeesters.
Artikel 8.
5. De kerkenraad stelt telkens voor een periode van vier jaar een beleidsplan op, na daarover overleg gepleegd te hebben met het college van kerkrentmeesters, het college van diakenen en met alle daarvoor in aanmerking komende organen van de gemeente. Elk jaar pleegt de kerkenraad met dezelfde colleges en organen overleg over eventuele wijziging van het beleidsplan.
Artikel 6.
2. De kerkmusicus wordt benoemd door de kerkenraad na overleg met het college van kerkrentmeesters, bij voorkeur uit de leden van de kerk. De aanstelling van de kerkmusicus geschiedt door het college van kerkrentmeesters.
Artikel 7.
1. Ten behoeve van de zorg voor het kerkgebouw en de goede gang van zaken daarin tijdens de kerkdiensten kunnen de kerkrentmeesters zich laten bijstaan door een koster. 2. De koster wordt benoemd door de kerkenraad op voordracht van het college van kerkrentmeesters, bij voorkeur uit de leden van de kerk. De aanstelling van de koster geschiedt door het college van kerkrentmeesters.
Artikel 8. De kerkelijke gebouwen
1. De zorg voor de kerkelijke gebouwen en de goede gang van zaken daarin, met name tijdens de kerkdiensten, berust bij het college van kerkrentmeesters. 2. Over de inrichting van het kerkgebouw beslist de kerkenraad, gehoord het orgaan van de kerk dat op dit terrein werkzaam is. 3. Het kerkgebouw wordt door het college van kerkrentmeesters in overleg met de kerkenraad bij voorrang beschikbaar gesteld voor gemeentelijke en kerkelijke doeleinden.
Artikel 11. Het dienstwerk van de diakenen
Tot opbouw van de gemeente met het oog op haar dienst in de wereld is aan de diakenen toevertrouwd: S de ambtelijke tegenwoordigheid in de kerkdiensten; S de dienst aan de avondmaaltafel; S het mede voorbereiden van de voorbeden; S het inzamelen en besteden van de liefdegaven; S het toerusten van de gemeente tot het vervullen van haar diaconale roeping; S het verlenen van bijstand, verzorging of bescherming aan hen die dat behoeven; S het nemen of ondersteunen van initiatieven die gericht zijn op het bevorderen van het maatschappelijk welzijn; S het dienen van de gemeente en de kerk in haar bemoeienis met betrekking tot sociale vraagstukken en het aanspreken van de overheid en de samenleving op haar verantwoordelijkheid dienaangaande; S het beheren van de financiële zaken die bestemd zijn voor het diaconaat en zo zij daartoe geroepen worden, het dienen van de kerk in de meerdere vergaderingen.
Artikel 3. De viering van het avondmaal
Het avondmaal wordt bediend door een predikant, waarbij de diakenen aan de avondmaaltafel dienen en de ouderlingen medeverantwoordelijk-heid dragen. De bediening geschiedt op de wijze die door de kerkenraad is vastgesteld en met gebruikmaking van één van de orden uit het dienstboek van de kerk.
Artikel 3. De diaconale arbeid
De diaconale zorg in de gemeente en in haar omgeving krijgt gestalte in het leven van de leden van de gemeente, die worden opgewekt tot onderling dienstbetoon, tot voorbeden en tot de dienst van barmhartigheid en gerechtigheid in de wereld, als ook in de arbeid die door en onder leiding van de diakenen wordt verricht. De gemeente vervult haar diaconale opdracht elders in de wereld met behulp van en onder leiding van de diakenen en, in samenwerking met de daartoe aangewezen organen van de kerk, met inachtneming van het bepaalde in ordinantie 14.
Ondertekening
Aldus te Hazerswoude vastgesteld in de vergadering van de kerkenraad van ........................................................2004 ............................................................, preses ds. W.G. van den Top ............................................................, scriba br. A. van der Linde